De verplichte wedstrijddeelname (bron:KNSA)

De verplichte wedstrijddeelname

In 2011 schreef de minister van Veiligheid en Justitie dat alleen bij het serieus beoefenen van de schietsport er een redelijk belang kan bestaan voor de aanvraag en de verkrijging van een vuurwapenverlof. Eén van de elementen voor het aantonen van dat redelijk belang is, zo meldde de minister, wedstrijddeelname. De KNSA heeft toen in gesprekken met het ministerie weten te voorkomen dat alle  verlofhouders hiervoor moesten deelnemen aan KNSA-wedstrijden (AK’s,  DK’s en NK’s). De KNSA is in staat geweest het ministerie ervan te overtuigen dat sportschutters heel  goed in het verband van hun eigen vereniging de schietsport op wedstrijdniveau kunnen beoefenen en dat het verplaatsen naar allerlei wedstrijden in de regio of in heel Nederland niet nodig hoeft te zijn.

De uitkomst van het overleg dat toen gevoerd is, was dat er overeenstemming is bereikt dat leden van schietsportverenigingen, die over een eigen vuurwapenverlof beschikken, moeten deelnemen aan een interne verenigingscompetitie. Daarmee, zo meldde de minister, wordt recht gedaan aan de wedstrijddeelname als onderdeel van het redelijk belang.

Deze voorwaarde maakte vervolgens onderdeel uit van de KNSA-certificering, zoals dat ook in de Circulaire wapens en munitie is vermeld. In de Circulaire is dat onder artikel 2.1 (Bijzonder Deel B) als volgt opgenomen: “De KNSA toetst een vereniging ter certificering aan de volgende voorwaarden:

7. De vereniging organiseert voor de verlof houdende leden die niet reeds aantoonbaar op hoger wedstrijdniveau de schietsport beoefenen, een verplichte interne competitie, waaraan verlofhouders tenminste 5 keer per jaar deelnemen. De deelname wordt tevens als schietbeurt geteld. De  verplichte deelname geldt niet voor verlofhouders die zijn opgenomen in één of meerdere KNSA-ranking overzichten, overeenkomstig het KNSA Ranking-reglement.”

Met die bepaling in de CWM wordt dus het aantonen van wedstrijddeelname gedelegeerd aan de KNSA en haar schietsportverenigingen, als onderdeel van de certificering. De minister laat dit over aan de prudentie van verenigingsbestuurders.

In de praktijk betekent dit dat het verenigingsbestuur – en dus niet de politie – verantwoordelijk is voor de controle of de leden van de vereniging die over een vuurwapenverlof beschikken, aan die eis van wedstrijddeelname voldoen. De politie controleert vervolgens het KNSA-certificaat van de vereniging, en moet er dus van uitgaan dat de vereniging aan de certificeringseisen van de KNSA (dus inclusief de wedstrijddeelname) voldoet.knsa certificaatGeen wedstrijddeelname kan wapenverloven van alle leden in gevaar brengen
Nu, enige jaren verder, blijkt echter dat voor veel schietsportverenigingen het niet eenvoudig is om al hun leden die over een wapenverlof beschikken, ertoe te bewegen en ervan te overtuigen dat zij verplicht zijn aan de interne competitie deel te nemen. De gevolgen daarvan kunnen groot  zijn. Immers, bij de certificering verklaart een vereniging dat alle verlofhoudende leden deelnemen aan de verplichte verenigingscompetitie. Indien bij een audit blijkt dat dat niet het geval is, kan het certificaat niet verstrekt worden, en mocht tijdens de geldigheidsduur van het certificaat blijken dat de vereniging niet meer aan alle voorwaarden van het certificaat voldoet, dan kan de vereniging het certificaat verliezen.

Het uiteindelijke gevolg daarvan is groot, omdat alle leden van die vereniging – dus niet alleen degenen die verzuimen aan de interne competitie deel te nemen – hun wapenverlof kwijtraken en de vereniging haar verenigingsverloven, omdat zij niet voldoen aan de verplichte voorwaarde uit de certificering.

De KNSA adviseert verenigingen om de verplichte competitiedeelname op te nemen in het Huishoudelijk Reglement, zodat het duidelijker is dat leden verplicht zijn daaraan te voldoen, net als aan alle andere rechten en plichten die in het Huishoudelijk Reglement van een vereniging staan omschreven.

Hoe moet die competitie georganiseerd worden?
Er blijkt ook bij veel verenigingen en sportschutters nog onduidelijkheid te zijn over de voorwaarden waaraan die interne competitie moet voldoen. Nog even voor alle duidelijkheid:

• Een lid van een schietsportvereniging, dat over een eigen vuurwapenverlof beschikt, dient deel te nemen aan minimaal één (1) interne competitie in een door de KNSA gereglementeerde of erkende discipline.
• Deze competitie moet bestaan uit minimaal vijf (5) wedstrijden per kalenderjaar, aaraan ook vijf (5) keer wordt deelgenomen.
• De verplichte deelname aan de interne competitie van 5 keer per kalenderjaar is ongeacht het aantal, het type en het soort vuurwapens waarover het lid van de vereniging beschikt.
• Het is dus voldoende om aan één (1) verenigingscompetitie deel te nemen; of de verlofhouder nu over 1 of over 5 vuurwapens beschikt.
• De meest eenvoudige wijze waarop een interne competitie georganiseerd kan worden, is om tijdens verenigingsdagen of -avonden de mogelijkheid hieraan deel te nemen facultatief te stellen en een laddercompetitie (ook wel: ranking genoemd) te vermelden. Daarmee kunnen ook leden meer dan 5 keer deelnemen, om daarmee hun score te kunnen vergroten, hetgeen ook het competitie-element binnen een vereniging vergroot.

Voor leden van verenigingen, die zijn opgenomen in één of meerdere ranking-overzichten van de KNSA (zie de KNSA-website) overeenkomstig het Ranking-reglement (zie het KNSA Schiet- en Wedstrijdreglement deel I) en die aan de ranking-eis van minimaal drie (3) scores voldoen, geldt deze verplichting (deelname aan de interne competitie) niet.

Indien een lid van een vereniging reeds aan de verplichting van wedstrijddeelname voldoet via een andere bij de KNSA aangesloten en gecertiiceerde vereniging geldt de verplichting slechts één keer; de betrokkene dient dan wel aan het andere verenigingsbestuur aan te tonen dat hij/zij heeft deelgenomen aan die competitie, door middel van een verklaring. Een model van een dergelijke verklaring is beschikbaar op de KNSA-website.knsa stroomdiagram

STROOMDIAGRAM VERPLICHTE WEDSTRIJDDEELNAME

 

bron: KNSA Schietsport oktober 2017